Het lijkt alweer een eeuwigheid geleden: Tweede Kerstdag 2004. Een dag die voor velen ontspannen begon en voor evenzo velen eindigde in niet te bevatten gruwel en niet te doven verdriet. Met zijn c. 250.000 slachtoffers moet de tsunamicatastrofe in Zuid-Oost-Azië één van de meest verbijsterende en grootste rampdagen in de geschiedenis zijn geweest. Een ramp die veroorzaakt werd door een zeebeving ten westen van Sumatra, in het seismisch en vulkanisch bijzonder actieve gebied van de West-Indonesische archipel.
Hoewel er ook verschillen zijn had de ramp van 2004 qua geografie, oorzaak (platentektoniek) en impact (tsunami) een precedent in de ontploffing van de Krakatau op 27 augustus 1883. Op die bewuste dinsdag vloog dit vulkaaneiland, gelegen in Straat Sunda tussen Sumatra en Java, met een overweldigende klap de lucht in. Gesproken wordt van één van de hardste geluiden die ooit een mensenoor moet hebben bereikt. Meer dan 5000 km ver weg werd zij gehoord (1/8 van de planeet): in het oosten op het eiland Rodriguez in de Indische Oceaan, in het noordwesten in Manilla op de Filippijnen en in het zuiden Perth aan de Australische westkust. De explosie ging gepaard met een zeebeving en een schokgolf die verschillende keren de wereld rondging en veertien dagen later nog op de barometers kon worden gemeten. De beving leidde op haar beurt tot een tsunami, die schepen tot ver in het binnenland neerwierp. Meer dan 36.000 mensen verloren het leven: Maleiers, Chinezen, Europeanen